De oortjes
30 apr
Al twee jaar gaat de discussie binnen het wielerpeloton over het wel of niet dragen van de oortjes in de koers. Na vorig jaar een proef te hebben gehouden in etappes van de Tour de France en tijdens het WK heeft de UCI dit jaar maar besloten om de oortjes af te schaffen in alle niet World Tour koersen. In de toekomst zullen in nog meer wedstrijden de oortjes worden afgeschaft, maar wat levert dit de UCI nu eigenlijk per saldo op?
De mening van de UCI over de oortjes is dat de ploegleiders teveel invloed hebben op het verloop van de race en dat deze hierdoor niet meer leuk is om naar te kijken. De renners worden volgens de UCI teveel gezien als individuele spierbundels die via de radio aangestuurd kunnen worden. Helaas voor de UCI – en positief voor de wielervolger – is wielrennen ook nog altijd een sport van mensen die hun betere en slechtere dagen hebben. Neem nu Luik-Bastenaken-Luik van dit jaar, waar Gilbert en de Schleck broers boven de rest uitstaken. Een ploegleider kan nog zo hard roepen in zijn radio dat een renner mee moet zijn, maar als het lichaam op dat moment niet wil dan zit je er nog niet bij. De koers wordt niet bepaald door de ploegleiders vanuit de wagen, maar door de individuele en collectieve capaciteiten van de renners op dat moment. Als de UCI de koers echt spannend wil maken moeten ze gewoon überhaupt alle koersinformatie afschaffen, dus ook die mooie Française op de gele motor in de Tour de France van 2010 die de tijdsverschillen doorgeeft. Dan moeten de renners pas zelf beslissingen nemen!
Helaas leven we momenteel in een informatiemaatschappij, waarbij ‘snelle’ informatie nu eenmaal bij de manier van leven is gaan horen. Meer informatie vraagt meer verwerkingscapaciteit van onze hersenen, waardoor meer afwegingen gemaakt moeten worden. Eigenlijk is dit in het wielrennen precies hetzelfde. Kregen de renners vroeger geen directe informatie over het parcours, problemen van de tegenstander, de windkracht en tijdsverschillen; dan is dit tegenwoordig wel het geval. Het enige verschil met vroeger is dat er bij de renner nu meer informatie binnenkomt die verwerkt moet worden. Naar mijn mening creëer je op deze manier juist geen spierbundels, maar intelligente renners die met al die informatie beslissingen moeten nemen over het inzetten van hun eigen spieren. Renners met een grote verwerkingscapaciteit kunnen op deze manier hun benen sparen om voor de wielerliefhebber een spetterende finale op het scherm te toveren. Wie niet sterk is moet slim zijn en leidt dit juist niet tot nivellering in de wielersport en meer spektakel waarbij meer renners in de finale mee kunnen doen?
Helaas snijden zowel de UCI als de ploegen zich met deze oortjesdiscussie in de vingers en kan er zo maar eens een situatie ontstaan waarbij bepaalde ploegen een eigen prof circuit gaan beginnen, waarbij beide wat verliezen. Vergelijk het maar eens met het bedrijfsleven. De UCI is een franchise onderneming die het mogelijk maakt dat ploegen op het hoogste niveau kunnen fietsen. Enerzijds kunnen de ploegen dan niet zonder de franchise onderneming, omdat ze daar hun identiteit aan ontlenen (men mag koersen op het hoogste niveau na betaling van een flinke som met geld aan de franchisenemer). Anderzijds kan de franchisenemer niet zonder de ploegen, deze zorgen ervoor dat de franchisenemer de naam krijgt die zij voor ogen heeft (de naam van de UCI wordt aangetast door de dopingschandalen). Lopen er verschillende ploegen weg dan verliest de franchisenemer een deel van haar beoogde identiteit en daarmee inkomen. Aan de andere kant kunnen de ploegen dan niet meer op het hoogste niveau fietsen en de grote monumenten rijden. Ook dit zorgt weer voor een verlies aan identiteit en inkomen. Min of meer is dus te stellen dat de UCI en de ploegen tot elkaar veroordeeld zijn.
De tijd zal leren wat de UCI en de ploegen doen, doorzetten in het oortjesverbod of toch de oortjes maar toestaan. Naar mijn mening houden we de oortjes lekker in de koers en gaat het weer eens over het wielrennen in plaats van een modern communicatiemiddel, die – voornamelijk door de renners – gebruikt kan worden om anderen te slim af te zijn.
Tour de France Parcours 2011: Week 2
23 okt
Deze week maakte de Tourorganisatie het parcours bekend voor de 98ste uitgave van de Tour de France. Dit jaar rijdt de Tour de France tegen de klok in en doen de renners eerst de Pyreneeën aan en zal het zwaartepunt liggen in de Alpen, waarbij twee keer de Galibier aangedaan zal worden (éénmaal als finish) en zal ook op de Alpe d’Huez een aankomst liggen. In drie verschillende blogberichten zal er een korte vooruitblik worden gegeven op het parcours van volgend jaar. Na eergisteren de eerste week behandeld te hebben zal er nu de tweede week nader bekeken worden.
Etappe 8: Aigurande – Super Besse Sancy (190km)
Aan het begin van de tweede ligt er direct een serieuzere etappe in het verschiet over 190 kilometer door het middelgebergte. De renners worden dus niet direct in het diepe gegooid, maar krijgen de mogelijkheid om te wennen aan de overgang van vlakke wegen naar het klimmen. In 2008 werd min of meer dezelfde rit verreden, toen over een afstand van 195.5 kilometer. Men kan zich vast nog wel herinneren dat huidig Vaconsoleil renner Ricardo Ricco hier op een steile aankomst wist te winnen (we weten allemaal wat er daarna gebeurde). Dit jaar is de etappe iets veranderd en zal de aankomst liggen op een nieuw aangelegde strook op de Super Besse. Een profiel van de oude klim, die ook grotendeels in deze Tour de France wordt opgenomen, is alhier te bekijken.
Etappe 9: Issoire – Saint Flour (208km)
Deze tweede etappe door het Centraal Massief kan wel eens een slopende etappe worden. Met de lengte van 208 kilometer, het geaccidenteerde terrein en de hitte die er in juli kan ontstaan in deze streek zal het uithoudingsvermogen van het peloton op de proef worden gesteld. In de gehele etappe is geen vlakke weg te bekennen en de belangrijkste obstakels worden gevormd door de Pas de Peyrol (12,5 km a 4,3%), Col du Perthus (4.5km a 8,4%) en Col de Prat de Bouc (8km a 6,1%). De klimmen zijn niet de moeilijkste, maar door de lengte en het de hele dag op en af rijden is dit een zeer slopende etappe. Renners die goed de hele dag in de aanval kunnen rijden – zoals Thomas Voeckler, David Moncoutie en Luis Leon Sanchez – kunnen hier aanspraak maken op de zege. Mocht er nog een grote groep bij elkaar zijn, dan zal er op de licht hellende aankomst gesprint worden voor de overwinning.

Etappe 10: Aurillac – Carmaux (161km)
Na de eerste rustdag op maandag 11 juli trekt het peloton verder richting de Pyreneeën met een korte etappe van maar 161 kilometer. Het peloton zal heuvelachtig terrein voorgeschoteld krijgen met vrij brede wegen. Hoogstwaarschijnlijk draait deze etappe uit op een massasprint, waarin de sprinters hun krachten weer kunnen meten.
Etappe 11: Blaye-les-Mines – Lavaur (168km)
Deze etappe is te vergelijken met de tiende etappe en voert alweer over glooiende brede wegen. Na 168 kilometer zal het hoogstwaarschijnlijk uitdraaien op een massasprint, waarin de sprinters nog eenmaal hun krachten kunnen tonen voordat ze enkele dagen plaats moeten nemen in de bus als het peloton over de Pyreneeën wordt gestuurd.
Etappe 12: Cugnaux – Luz Ardiden (209km)
De eerste etappe in de Pyreneeen is direct een pittige en kent een aankomst bergop. De eerste 130 kilometer van de etappe verloopt vlak en zal de mogelijkheid bieden aan vluchters om te gaan lopen. Gezien de strijdlust in de Tour de France van 2010 in de verschillende bergetappes, zal het waarschijnlijk lang duren voordat er een goede groep vooruit is. Daarna worden er twee cols beklommen, namelijk de Hourquette d’Ancizan (10,3km a 7,8%) die voor de eerste keer is opgenomen in het parcours en de legendarische Tourmalet. De Tourmalet zal dit jaar niet vanuit de kant van Luz Saint Sauveur en ook niet vanuit de kant van Sainte Marie de Campan beklommen worden, maar zal vanaf de andere kant bedwongen moeten worden. De Tourmalet zal worden afgedaald richting Luz Saint Sauveur waarna de slotklim richting Luz Ardiden (14,7km a 6,9%) ingezet zal worden. Waarschijnlijk zal een uitgedunde groep met favorieten hier als eerste boven komen en zullen zij strijden om de overwinning. De Tour de France zal in deze etappe niet gewonnen worden, maar er zullen direct enkele klassementsrenners wegvallen. Een korte weergave van de bergen in de etappe is alhier te vinden.
Etappe 13: Pau – Lourdes (156km)
Het peloton kan vandaag op bedevaart gaan, want de finish is voor het eerst sinds 1948 weer getrokken in Lourdes. Deze vrij korte etappe kent één belangrijk obstakel in de vorm van de Col d’Aubisque. De Aubisque zal beklommen worden vanuit de kant van Laruns en telt 16.6 kilometer met een gemiddelde van 7.2%. Na de Aubisque is het nog niet helemaal gedaan met klimmen en zit er nog een klein knikje in het profiel met de Col du Soulor. Na de top van de Aubisque zijn er nog 50 dalende en glooiende kilometers over waarin nog veel rechtgezet kan worden. De etappe zal daarom twee mogelijke scenario’s kennen: of er rijdt een groep weg die het uitvecht in de smalle en bochtige straten van Lourdes, of het peloton houdt zich rustig en het draait uit op een sprint tussen de beter klimmende sprinters van het peloton.
Etappe 14: Saint-Gaudens – Plateau de Beille (168km)
Het peloton krijgt in deze relatief korte etappe van 168 kilometer maar liefst 5 Pyreneeën voorgeschoteld en kan daarmee getypeerd worden als de Koninginnenetappe van de Pyreneeën. Achtereenvolgens zullen de volgende 4 cols beklommen moeten worden, voordat de renners kunnen beginnen aan de slotklim:
- Col de Portet-d’Aspet (14,3km a 4,2%)
- Col de la Core (17,5km a 5.1%)
- Col de Latrape (5.9km a 7.2%)
- Col d’Agnes (10.2km a 8.1%)
Na deze 4 klimmen volgt er een afdaling en een vlak stuk van een kilometer of 40 waar de klimmers op adem kunnen komen. Vervolgens zal Plateau de Beille (15.8km a 7.9%) beklommen worden. In 2007 lag deze klim als laatste op de route van de Tour de France, toen hier een geweldig gevecht plaatsvond tussen geletruidrager Michael Rasmussen en Alberto Contador (ook hier weten we wat er later gebeurde). Op deze klim zullen waarschijnlijk de vroege vluchters ingerekend worden door de klassementsrenners en zullen de eerste grote verschillen ontstaan in het klassement. Een benadering van het parcours van deze etappe is alhier te bekijken.
De tweede week begint nog vrij rustig met kansen voor vluchters en sprinters. Aan het einde van de tweede week zullen de klassementsrenners echter aan de bak moeten en zullen de eerste verschillen in het klassement ontstaan. Na deze tweede week zal er al enige tekening zijn in het klassement, maar is de strijd om de eerste 10 plekken nog lang niet beslist.
Tour de France Parcours 2011: Week 1
21 okt
Deze week maakte de Tourorganisatie het parcours bekend voor de 98ste uitgave van de Tour de France. Dit jaar rijdt de Tour de France tegen de klok in en doen de renners eerst de Pyreneeën aan en zal het zwaartepunt liggen in de Alpen, waarbij twee keer de Galibier aangedaan zal worden (éénmaal als finish) en zal ook op de Alpe d’Huez een aankomst liggen. In drie verschillende blogberichten zal er een korte vooruitblik worden gegeven op het parcours van volgend jaar. In deze post zal de eerste week centraal staan.
Etappe 1: Passage du Gois – Mont des Alouettes (191km)
Het grote openingsweekend zal dit jaar plaatsvinden in de Vendéé met de Passage du Gois als middelpunt. Deze weg, die bij vloed onderloopt, was in de Tour de France van 1999 en 2005 ook al van de partij. In 1999 vond hier een grote valpartij plaats, waarbij Alex Zülle en Michael Boogerd hun kansen op een goed klassement verspeelden en uiteindelijk 6 minuten verloren op het voorste peloton. Dit jaar ligt de passage echter aan het begin van de etappe en zal het waarschijnlijk niet voor grote problemen zorgen. Na 191 kilometer gereden te hebben – over relatief vlakke wegen – zal het peloton finishen op de Mont des Alouettes die 232 meter boven de zeespiegel uitsteekt. De weg loopt richting de finish licht omhoog, waardoor er zowel mogelijkheden liggen voor aanvallers als de sprinters. Doordat er dit jaar geen proloog is, zal de winnaar van de etappe ook direct het geel mogen aantrekken. Een krachtsinspanning op het juiste moment wordt dus dubbel beloond.
Etappe 2: Les Essarts – Les Essarts (23km)
Terug van een jaar afwezigheid is de ploegentijdrit. We herinneren ons allemaal nog de ploegentijdrit uit 2008, waarbij veel ploegen onderuit gingen op het smalle en bochtige parcours. Dit jaar is het parcours volledig vlak en zal er over bredere reden gereden worden. Gezien de korte afstand van 23 kilometer zullen de verschillen tussen de klassementsrenners vrij klein blijven. Een valpartij of een lekke band kan echter een groot probleem opleveren, omdat de Tourorganisatie er dit jaar voor heeft gekozen om de daadwerkelijke tijdsverschillen aan te houden. Een korte ploegentijdrit dus, maar het stelt de ploegleiders voor een moeilijke keuze. Een extra klimmer meenemen of toch op de ploegentijdrit gokken?
Etappe 3: Olonne-sur-Mer – Redon (198km)
Na de korte en explosieve krachtsinspanning van de dag ervoor, wacht de renners nu een vrij lange rit van bijna 200 kilometer. Deze etappe zal de eerste grote kans zijn voor de sprinters die moeite hadden met de finish in de eerste etappe. Het volledig vlakke parcours zal hoogstwaarschijnlijk uitdraaien op een massasprint.
Etappe 4: Lorient – Mûr-de-Bretagne (172 km)
Indien de klassementsrenners denken dat het een eenvoudige eerste week zal worden, dan vergissen ze zich daarin. In de vierde etappe, die voert over 172 kilometer, zal er gefinisht worden in Mûr-de-Bretagne waar de streep is getrokken op een zeer steile helling. Helaas ontbreken de profielen van de etappes nog op de website van de Tour de France, maar op Internet valt te lezen dat de helling beneden een grote zandbak heeft, omdat vrachtwagens nog al eens in de problemen schijnen te komen. Een etappe dus voor de klassementsrenners en explosieve renners.
Etappe 5: Carhaix – Cap Fréhel (158km)
Deze etappe lijkt geknipt te zijn voor de sprinters, ondanks dat er verschillende heuvels op de route liggen. De afstand van 158 kilometer lijkt ook niet het probleem te vormen om een nieuwe sprint in de weg te staan. De moeilijkheid van deze etappe ligt hem echter in het feit dat het laatste stuk van de wedstrijd evenwijdig wordt verreden met de kanaalkust van Franrkijk. Bij een wind in de zij dienen de renners op te passen voor waaiervorming en kan het klassement zo maar eens op de kop worden gezet. Indien er geen wind is, is dit een ideale etappe voor de sprinters.
Etappe 6: Dinan – Lisieux (226km)
De langste etappe van de 98ste editie van de Tour de France lijkt geknipt voor de sprinters, maar kent nog een gevaarlijk einde. Na een lange, inspannende dag, ligt op 1,5 kilometer voor de meet een gevaarlijke steil oplopende strook. Voor de sprinters is het in deze etappe dus zaak om goed uit de wind te blijven en zich te sparen voor de laatste paar kilometers. Belangrijk is om goed vooraan te beginnen aan de steile strook. Ook het bij zich hebben van ploeggenoten is belangrijk om het gat op de weggesprongen renners te kunnen dichten. Vandaag passeert de karavaan ook de Mont Saint-Michel, wat waarschijnlijk weer enkele mooie plaatjes zal gaan opleveren.
Etappe 7: Le Mans – Châteauroux (216km)
Na de lange zesde etappe kon er niet gerust worden bij de renners, omdat er een verplaatsing volgt van 150 kilometer naar Le Mans. De stad, bekend van haar circuit waar de 24 uurs van Le Mans wordt verreden, zal dienen als startplaats voor weer een lange etappe van dit keer 216 kilometer. Renners die al in moeilijkheden verkeren door een valpartij of ziekte, zullen door de lengte het deze dag niet makkelijk krijgen. Het parcours kent verder geen obstakels van betekenis, waardoor het het Châteauroux waarschijnlijk op een sprint zal uitdraaien.
Op papier lijkt de eerste week vrij eenvoudig, maar indien er verder gekeken wordt liggen er wel degelijk moeilijkheden. Voornamelijk de ploegentijdrit in etappe 2, de aankomst op een klein heuveltje in etappe 4 en de wind in etappe 5 zullen voor moeilijkheden gaan zorgen. Renners die deze week in de problemen komen, zal niet veel tijd worden gegund om te herstellen en zullen met een achterstand aan de tweede week beginnen.


