De oortjes

Al twee jaar gaat de discussie binnen het wielerpeloton over het wel of niet dragen van de oortjes in de koers. Na vorig jaar een proef te hebben gehouden in etappes van de Tour de France en tijdens het WK heeft de UCI dit jaar maar besloten om de oortjes af te schaffen in alle niet World Tour koersen. In de toekomst zullen in nog meer wedstrijden de oortjes worden afgeschaft, maar wat levert dit de UCI nu eigenlijk per saldo op?

 

De mening van de UCI over de oortjes is dat de ploegleiders teveel invloed hebben op het verloop van de race en dat deze hierdoor niet meer leuk is om naar te kijken. De renners worden volgens de UCI teveel gezien als individuele spierbundels die via de radio aangestuurd kunnen worden. Helaas voor de UCI – en positief voor de wielervolger – is wielrennen ook nog altijd een sport van mensen die hun betere en slechtere dagen hebben. Neem nu Luik-Bastenaken-Luik van dit jaar, waar Gilbert en de Schleck broers boven de rest uitstaken. Een ploegleider kan nog zo hard roepen in zijn radio dat een renner mee moet zijn, maar als het lichaam op dat moment niet wil dan zit je er nog niet bij. De koers wordt niet bepaald door de ploegleiders vanuit de wagen, maar door de individuele en collectieve capaciteiten van de renners op dat moment. Als de UCI de koers echt spannend wil maken moeten ze gewoon überhaupt alle koersinformatie afschaffen, dus ook die mooie Française op de gele motor in de Tour de France van 2010 die de tijdsverschillen doorgeeft. Dan moeten de renners pas zelf beslissingen nemen!

 

Helaas leven we momenteel in een informatiemaatschappij, waarbij ‘snelle’ informatie nu eenmaal bij de manier van leven is gaan horen. Meer informatie vraagt meer verwerkingscapaciteit van onze hersenen, waardoor meer afwegingen gemaakt moeten worden. Eigenlijk is dit in het wielrennen precies hetzelfde. Kregen de renners vroeger geen directe informatie over het parcours, problemen van de tegenstander, de windkracht en tijdsverschillen; dan is dit tegenwoordig wel het geval. Het enige verschil met vroeger is dat er bij de renner nu meer informatie binnenkomt die verwerkt moet worden. Naar mijn mening creëer je op deze manier juist geen spierbundels, maar intelligente renners die met al die informatie beslissingen moeten nemen over het inzetten van hun eigen spieren. Renners met een grote verwerkingscapaciteit kunnen op deze manier hun benen sparen om voor de wielerliefhebber een spetterende finale op het scherm te toveren. Wie niet sterk is moet slim zijn en leidt dit juist niet tot nivellering in de wielersport en meer spektakel waarbij meer renners in de finale mee kunnen doen?

 

Helaas snijden zowel de UCI als de ploegen zich met deze oortjesdiscussie in de vingers en kan er zo maar eens een situatie ontstaan waarbij bepaalde ploegen een eigen prof circuit gaan beginnen, waarbij beide wat verliezen. Vergelijk het maar eens met het bedrijfsleven. De UCI is een franchise onderneming die het mogelijk maakt dat ploegen op het hoogste niveau kunnen fietsen. Enerzijds kunnen de ploegen dan niet zonder de franchise onderneming, omdat ze daar hun identiteit aan ontlenen (men mag koersen op het hoogste niveau na betaling van een flinke som met geld aan de franchisenemer). Anderzijds kan de franchisenemer niet zonder de ploegen, deze zorgen ervoor dat de franchisenemer de naam krijgt die zij voor ogen heeft (de naam van de UCI wordt aangetast door de dopingschandalen). Lopen er verschillende ploegen weg dan verliest de franchisenemer een deel van haar beoogde identiteit en daarmee inkomen. Aan de andere kant kunnen de ploegen dan niet meer op het hoogste niveau fietsen en de grote monumenten rijden. Ook dit zorgt weer voor een verlies aan identiteit en inkomen. Min of meer is dus te stellen dat de UCI en de ploegen tot elkaar veroordeeld zijn.

 

De tijd zal leren wat de UCI en de ploegen doen, doorzetten in het oortjesverbod of toch de oortjes maar toestaan. Naar mijn mening houden we de oortjes lekker in de koers en gaat het weer eens over het wielrennen in plaats van een modern communicatiemiddel, die  – voornamelijk door de renners – gebruikt kan worden om anderen te slim af te zijn.